Heb je een vraag over leven in een diverse stad? Atlas helpt je graag verder.

Wie je ook bent: Antwerpen is er voor iedereen.

Soms vraagt samenleven in een diverse stad wat begeleiding.
Atlas, integratie en inburgering Antwerpen ondersteunt en informeert organisaties en nieuwe en oude Antwerpenaren bij vragen over samenleven in een diverse stad.

person person person persontext balloon text balloon text balloon text balloon

↓ Veelgestelde vragen ↓

Antwoorden op vragen rond diversiteit en inclusie zijn zelden zwart-wit. Het gesprek en de nuance zijn belangrijk. Hier geeft Atlas een eerste, beknopt antwoord. Een uitgebreider antwoord kan je terugvinden op diversiteitspraktijk.be, tijdens een vorming of in een gesprek met Atlas. In een samenleving die voortdurend verandert, is het normaal dat je niet altijd weet hoe best te reageren. Respect, een open houding en je bewust zijn van je eigen vooroordelen en positie in de samenleving zijn de basisingrediënten voor een mooie verstandhouding tussen oude en nieuwe Antwerpenaren.

Heel waarschijnlijk stel je deze vraag uit interesse. Je gesprekspartner heeft een 'niet-Belgisch' uiterlijk en je bent benieuwd naar de achtergrond van deze persoon. Wees je ervan bewust dat deze persoon deze vraag waarschijnlijk vaak krijgt en er zo keer op keer aan herinnerd wordt er 'anders' uit te zien. Sommige mensen vinden dit heel pijnlijk en ervaren het als een afwijzing. Andere mensen hebben er dan weer geen probleem mee. Heb dus respect voor de reactie van je gesprekspartner. Wil je meer weten over dit onderwerp? Beluister dan onze podcast op https://www.atlas-antwerpen.be....

Je verkleden als indiaan, Arabier, Chinees, ... doe je beter niet. Door je te verkleden als iemand van een andere cultuur doe je aan 'culturele appropriatie': je neemt een deel van iemands cultuur of religie over voor een dag en doet het dan weer uit. Dit terwijl het voor mensen van Indiaanse, Arabische, Chinese, ... afkomst een intrinsiek onderdeel van hun identiteit vormt. Bovendien wordt de Arabier of Chinees zelf vaak gediscrimineerd op basis van die kenmerken die anderen gebruiken om zich mee te verkleden. Denk maar aan Chinezen die worden uitgescholden voor ‘spleetoog’ of een Arabier die als extremist of terrorist wordt bestempeld als hij een jelaba (lang gewaad) draagt. Voor deze groepen kan het kwetsend of frustrerend zijn om te zien dat een deel van hun uiterlijk wordt gebruikt als ‘verkleding’ en plots op die dag wel gezien wordt als iets positief.

Ook al denk je een compliment te geven, het is een onbewust racistische uitspraak. Je deelt mensen op in goede en slechte personen op basis van uiterlijke kenmerken zoals huidskleur. Deze uitdrukking geeft de indruk dat je mensen van kleur in het algemeen niet goed vindt.

Bedenk altijd hoe jij zou reageren. Net zoals jij het waarschijnlijk niet fijn zou vinden als iemand jouw haar zou aanraken omdat het zo'n ander haartype is, vindt iemand met bijvoorbeeld kroeshaar dat wellicht ook niet fijn. Dergelijke vragen geven aan dat je ze nog altijd als 'anders' bestempelt. Zomaar iemand zijn haar aanraken is een stap te ver. Het is een intieme handeling, die je alleen doet bij mensen die heel dicht bij je staan. Eeuwenlang werd het Europese schoonheidsideaal naar voren geschoven als dé standaard. Kroeshaar werd zo veel mogelijk gladgestreken volgens de Westerse normen. Gelukkig zien we hier vandaag verandering in komen. Diversiteit in haar en haardracht begint meer en meer geaccepteerd te worden. Ook pruiken dragen is voor sommige gemeenschappen heel normaal. Belangrijk is dat mensen zichzelf kunnen zijn zonder een stroom aan vragen over hun uiterlijk.

Net zoals niet elke Michael het fijn vindt als je hem Mike zou noemen, vindt niet elke Abdelkhaliq het fijn als je hem Abdel noemt. Vraag even hoe iemand graag genoemd wordt. Een naam is een belangrijk onderdeel van iemand zijn identiteit. Het getuigt van respect als je de moeite doet om iemand zijn naam goed uit te spreken.

Een hoofddoek is een intrinsiek deel van de religieuze identiteit van een moslima. Ze maakt de keuze om haar haar te bedekken. Vragen hoe ze eruit ziet zonder hoofddoek, is vragen om iets te tonen dat ze bewust bedekt.

Het feit dat iemand Sinterklaas viert maakt deze persoon nog geen racist. Net zoals dat een zwarte persoon die zwarte piet geen probleem vindt, ook niet spreekt voor alle zwarte personen. Het feest op zich en de figuur van zwarte piet hebben duidelijk racistische en koloniale invloeden. Als samenleving moeten we hier aandachtig mee omgaan. Tradities kunnen evolueren. Het Sinterklaasfeest dus ook.

"Iedereen kan Nederlands leren als hij wil", hoor je wel eens. Doorzetten is belangrijk als je een taal wil leren, maar het is niet de enige factor. Er zijn er veel andere die je leerproces moeilijker of makkelijker maken. Denk maar aan scholingsgraad, leeftijd, introvertie, sociaaleconomische status, welke moedertaal je spreekt, ... Misschien kwam je buurvrouw wel tijdens de arbeidsmigratie in de jaren '60-'80 naar België. Toen dachten veel mensen dat ze maar tijdelijk in België zouden blijven en dat het dus niet de moeite was om de taal te leren. Zelfs als ze de taal wilden leren, waren er weinig of geen taalcursussen.

Het is belangrijk dat je beseft dat mensen die vluchten dat niet vrijwillig doen. Ze vluchten omdat er oorlog, conflict of geweld heerst in hun land van herkomst. Of omdat ze worden vervolgd vanwege hun etniciteit, nationaliteit, godsdienst of politieke overtuiging. Ze 'kiezen' niet om naar een specifiek land te vluchten. Ze willen vooral weg uit hun thuisland waar het niet langer veilig voor hen en/of hun geliefden is. Hierover spreken haalt vaak trauma's boven, wees je dus bewust van je relatie met de gesprekspartner. Wil je echt interesse tonen, vraag dan naar het thuisland van de persoon. Of deze persoon er nog familie heeft, hoe deze persoon België ervaart, ...

Het kan best lastig zijn om zoiets mee te maken. Sta stil bij bepaalde gevoeligheden. Besef dat wat jij als grap of compliment bedoelde, kwetsend kan overkomen. Gebruik deze situatie om te leren en de ander te begrijpen. Door geïnteresseerd en oprecht te luisteren, snap je beter waarom je opmerking kwetsend overkomt. Iedereen maakt wel eens fouten. Enkel door naar elkaar te luisteren kunnen we elkaar beter leren kennen en begrijpen.

Je kan iemand niet verplichten om Nederlands te spreken. Wie weet kan je klant zelfs helemaal geen Nederlands of schaamt deze persoon zich voor de fouten die hij in het Nederlands maakt. Natuurlijk ben jij ook niet verplicht om in een andere taal te spreken. Probeer korte en duidelijke zinnen te gebruiken en wijs zaken aan. Je zal merken dat jullie elkaar best kunnen begrijpen, ook al verstaan jullie elkaars taal niet.

We leven in een land met een grote diversiteit aan mensen. Samenleven is altijd tweerichtingsverkeer. Jij hebt respect voor de cultuur en de gewoonten van je buurvrouw en je buurvrouw heeft respect voor die van jou. Belangrijk is dat je je bewust bent van je eigen waarden en normen en dat die voor jou heel vanzelfsprekend zijn, maar voor je buurvrouw heel anders kunnen zijn. Als je het niet weet, vraag het dan gewoon. En dit doe je door open, eerlijke en nieuwsgierige houding. Probeer het op dezelfde manier als wanneer je contact legt met een buur die wel Nederlands spreekt. Begin met de typische kennismakingsvragen, want dat zijn vragen die anderstaligen of mensen met migratieachtergrond vaak krijgen en waar ze dus misschien relatief makkelijk op kunnen antwoorden. Dat geeft hen een veilig gevoel en zo is het ijs gebroken. Typische voorbeeldvragen zijn: Wat is je naam? Hoe gaat het met je? Alles goed? Heb je kinderen? Ontdek meer over dit onderwerp in onze vorming 'referentiekaders en divers-sensitieve communicatie'.

'Ouders' zijn een zeer diverse groep. Ook op talig vlak: de ene ouder praat goed Nederlands, terwijl de andere haast geen Nederlands kan. Bereid je gesprek goed voor als de ouders maar een beetje Nederlands spreken. Gebruik korte duidelijke zinnen, denk na welke vragen je wil stellen aan de ouder, welke informatie je echt wenst over te maken en neem voldoende tijd om het gesprek te voeren. Spreken de ouders echt geen Nederlands, kan je overschakelen naar een taal die jullie allemaal spreken en verstaan. Als jullie geen gemeenschappelijke taal hebben, is er misschien een collega die de taal van de ouders wel spreekt. Een tolk inschakelen kan ook. Het is belangrijk om te onthouden dat ouders die geen Nederlands spreken ook betrokken zijn bij de opvoeding van hun kinderen, maar soms de 'tools' niet hebben om dit te doen.

Zorg ervoor dat je klanten zich veilig voelen om te communiceren. Moedig hen aan en spreek niet te snel. Klare taal is niet hetzelfde als kleutertaal. Zorg ervoor dat je de woorden duidelijk van elkaar kan onderscheiden. Laat de anderstalige zoveel mogelijk zelf aan het woord. Gebruik foto’s, pictogrammen of echte voorwerpen als de anderstalige je niet begrijpt. Stel open vragen zodat je zeker bent dat jullie elkaar begrepen hebben. Je ontdekt bijkomende tips tijdens onze vorming 'Klare taal spreken'.

Gebruik beter het woord 'allochtoon' niet meer. Het woord betekent letterlijk 'van elders afkomstig' terwijl het vaak gaat om mensen die in België geboren en getogen zijn. 'Mensen met een migratieachtergrond' is een betere omschrijving, omdat dit verwijst naar het migratieverleden van hun ouders en niet van henzelf.

Er zijn heel wat klare taal tips om een duidelijke brief te schrijven voor iemand die nog niet goed Nederlands kan. Bovendien help je zo niet alleen anderstaligen, maar al je lezers. Enkele tips om je brief toegankelijk te maken zijn: beperk je tot de essentie, denk na over je structuur en visuele ondersteuning, gebruik pictogrammen alleen voor concrete zaken, schrijf vanuit de vragen die de lezer heeft en beantwoord wil zien in je brief (in plaats van te schrijven vanuit je eigen standpunt als schrijver, want zo riskeer je veel te veel overbodige info te geven). Je ontdekt bijkomende tips tijdens onze vorming 'Klare taal schrijven'.

Het is belangrijk dat je zorgt voor een veilige omgeving waarin anderstaligen durven spreken. Benadruk dat fouten maken mag. Zorg voor impliciete feedback: "ik ben gisteren naar het winkel geweest" - " Je bent naar de winkel geweest. Was het er druk?". Verbeter een fout door correct te herhalen. Moedig anderstaligen genoeg aan en geef hen complimenten. Zo overwinnen ze sneller hun spreekangst. Op zoek naar extra tips? Neem dan een kijkje op www.diversiteitspraktijk.be.

Soms is de taal een barrière, soms is de activiteit een barrière. Wil je je anderstalige collega's betrekken, zorg er dan voor dat ze mee kunnen communiceren in de groep. Stel buddies aan die de anderstalige collega's kunnen ondersteunen door het gesprek te kaderen of hen te betrekken bij het gesprek. En maak je team bewust van het belang van klare taal. Betrek de anderstalige collega ook bij het kiezen van de activiteiten. Zorg ervoor dat de activiteit op zich al niemand uitsluit. Zo is bijvoorbeeld wijnproeven geen goede activiteit als er collega's zijn die geen alcohol drinken. Of is zwemmen misschien een weinig inclusieve activiteit als er minder mobiele collega's zijn.

Begin bij het begin. Zorg voor een inclusieve werkomgeving zodat mensen in je organisatie willen blijven werken. Schrijf een inclusieve vacature en gebruik diverse wervingskanalen. Zorg er ook voor dat je elke kandidaat op dezelfde manier beoordeelt. Besef dat jij net als iedereen onbewuste vooroordelen hebt en laat die je beslissing niet beïnvloeden. Maar waarschijnlijk het allerbelangrijkste: zorg ervoor dat iedereen zich welkom voelt op de werkvloer. Zo worden je diverse teamleden ook echte ambassadeurs van de werkplek. Atlas kan je hierbij begeleiden. Stel je vraag onderaan deze pagina en vraag zo een adviesgesprek aan.

Als het de geknipte kandidaat is, dan is taal geen doorslaggevend selectiecriterium. Aanwerven dus! Niet iedereen moet perfect Nederlands kennen om goed mee te kunnen draaien. Zorg voor duidelijke afspraken over wat je verwacht qua taalgebruik op de werkvloer en weet dat er tal van opleidingen op maat van anderstalige medewerkers bestaan. Je kan ook een taalbuddy aanstellen die de medewerker op talig vlak kan ondersteunen.

Onze diverse samenleving heeft ook diverse eetgewoonten. Bevraag bij collega's waarmee ze graag hebben dat er rekening wordt gehouden. Natuurlijk mag je vlees serveren, maar een inclusief feest betekent dat je niemand uitsluit op basis van hun eetgewoonten. Sommige mensen eten geen vlees. Andere mensen eten halal of kosher. Zorg dus voor voldoende vegetarische/veganistische alternatieven. Zo kan iedereen samen genieten van wat je serveert.

Over het algemeen spreek je beter geen dialect met anderstaligen. Anderstaligen moeten namelijk zoveel mogelijk kansen krijgen om hun prille woordenschat in het Nederlands te oefenen. Maar in sommige situaties is het net wél een goed idee om dialect aan te leren. Een anderstalige vrijwilliger die in een Antwerps dienstencentrum aan de bar werkt, heeft er veel baat bij om het woord “talloor” of “zjat kaffe” te leren. De kans is immers relatief klein dat iemand daar een “kopje koffie” zal bestellen.

Geeft iemand aan dat hij of zij Nederlands wil oefenen, dan is het fijn dat jij een taalbuddy wil zijn. Anderstaligen moeten zoveel mogelijk oefenkansen krijgen in de praktijk. Articuleer, praat traag (maar gebruik geen kleutertaal) en zit er ook niet mee in om eventuele fouten die anderstaligen maken op een positieve manier te corrigeren. Dat is net leerrijk voor hen. Vraag de collega ook op welke manier hij best feedback wilt krijgen. Op zoek naar extra tips? Neem dan een kijkje op www.diversiteitspraktijk.be.

Het is pauze. Iedere werknemer zou in staat moeten zijn om deze tijd voor zichzelf zinvol in te vullen. Voor de persoon die wil bidden is dit een belangrijk onderdeel van zijn/haar identiteit. Ben je werkgever? Denk dan pro-actief na over deze vraag: Wat is onze visie? Wat is ons beleid hieromtrent? Staat het in ons diversiteitsbeleid of in een handelingskader? Ben je een collega en heb je vragen, dan kan je deze natuurlijk altijd stellen met respect voor de levensbeschouwing.

Ieder heeft zijn eigen gewoontes. Het is belangrijk dat je alle collega's met respect behandelt en dat je rekening houdt met andere gebruiken. Krijgt iemand liever geen kussen? Prima toch. Overleg met elkaar hoe jullie elkaar dan wel begroeten.Bijvoorbeeld: 'Ik wil je graag feliciteren met je verjaardag, maar ik weet niet goed wat jij prettig vindt. Geef ik je drie kussen of wil je liever een hand?' Op die manier krijgen anderen de kans om aan te geven wat ze prettig vinden.

In veel organisaties zijn er meertalige collega’s of klanten. Net zoals overal zorgen goede afspraken voor goede vrienden (of beter goede collega's). Maak dan ook duidelijke afspraken over welke talen je waar spreekt met collega’s en klanten. Dat betekent niet dat je moet kiezen tussen Nederlands of een andere taal. Medewerkers voelen zich meer geaccepteerd als ze ook hun moedertaal mogen inzetten. Je kan als organisatie zelf kiezen, samen met de medewerkers, welke afspraken je hierover wil maken. In de praktijk gebeurt het vaak dat organisaties afspreken dat het mogelijk is om in groep Arabisch, Frans, Chinees, ... te spreken, maar dat je overschakelt op een gemeenschappelijke contacttaal (vaak het Nederlands) van zodra er iemand bij het gesprek komt die geen Arabisch, Frans, Chinees, ... spreekt. Zo voelt niemand zich uitgesloten en toon je als medewerkers wel een positieve houding ten opzichte van ieders moedertaal. Atlas kan je hierbij begeleiden. Stel je vraag onderaan deze pagina en vraag zo een adviesgesprek aan.

Het antwoord hierop hangt van heel wat zaken af. Neem tijd om te bevragen wat de situatie is van de potentiële werknemer en informeer je over de mogelijkheden. Je komt hierover meer te weten in onze vorming 'Werken als niet-Belg'.

Het is soms een hele uitdaging om contact te maken met je diverse groep aan ouders. Hoe beter je hun situatie kent, hoe beter je erop kan inspelen. Dat maakt vaak het verschil. Hou rekening met onzichtbare drempels zoals taal, eten, animatie… Spreek ouders persoonlijk aan en nodig ze uit. Als je een vertrouwd contactpersoon kan zijn voor ouders, krijg je een beter zicht op hun situatie en zullen ze misschien minder drempels voelen om deel te nemen aan schoolactiviteiten.

Breng de noden en de drempels van de doelgroep die je voor ogen hebt in kaart. Vraag hiervoor ook input van personen uit deze doelgroep die al een link hebben met je organisatie. Bekijk ook je communicatiekanalen kritisch. Gebruik je de juiste? Kan je andere kanalen inschakelen? Je kan ook samenwerken met sleutelfiguren zoals jeugdwerkers, buurtwerkers, intercultureel bemiddelaars of influencers om de beoogde doelgroep te bereiken. Kijk naar je eigen vereniging, hoe uitnodigend ben je? Ben je bereid om de aanpak van activiteiten of aanbod co-creatief te maken met je nieuwe doelgroep? Dit zijn maar enkele tips. Op zoek naar extra tips? Neem dan een kijkje op www.diversiteitspraktijk.be.

Het allerbelangrijkste is dat je niet meelacht en aangeeft dat ze een grens overschrijden. Zie het als een leermoment: reageer, maar zonder de grappenmaker meteen te veroordelen. Zo toon je dat dit niet voor iedereen grappig is en benoem je dat het kwetsend kan zijn. Je laat dan zien dat dit een vorm van discriminatie of microagressie is. Heb je binnen je organisatie ook een visie en beleid rond non-discriminatie? Zo ja, verwijs er dan naar. Nee? Atlas kan je begeleiden bij het opmaken van een beleid en nadenken over acties op maat van jouw organisatie. Stel je vraag onderaan deze pagina en vraag zo een adviesgesprek aan.

Vrijwilligerswerk is een nuttige oefenkans voor anderstaligen en een meerwaarde voor jouw organisatie. Creëer een veilige omgeving waar alle vrijwilligers zich welkom voelen. Gebruik klare taal en zoek passende taken waar de vrijwilliger zijn/haar meerwaarde voelt. Coach de vrijwilliger en stimuleer hem of haar om Nederlands te spreken. Bespreek met medewerkers en vrijwilligers die er al zijn de komst van nieuwe, anderstalige collega's. Op zoek naar extra tips? Neem dan een kijkje op www.diversiteitspraktijk.be.

Deelnemen aan een activiteit kan voor sommigen erg spannend zijn: er zijn veel onbekende factoren. Het is belangrijk om rekening te houden met hun onzekerheden. Zo voelt iedereen zich sneller welkom voelen. Spreek hen aan. Verwelkom ze. Stel ze voor aan de andere buren. Hou rekening met diverse gebruiken qua eten, drank, ... En als je kan, informeer en betrek zoveel mogelijke buren op voorhand bij voorbereiding. Op zoek naar extra tips? Neem dan een kijkje op www.diversiteitspraktijk.be.

personpersontext balloon
person

Wil je meer informatie over het leven in een diverse stad?

Bedankt voor je vraag. We nemen zo snel mogelijk contact op.

Stel nog een vraag

Of vraag het aan Atlas:

Of vraag het aan Atlas:

person